Snert (erwtensoep): zo maak je deze klassieker zelf

Snert (erwtensoep): zo maak je deze klassieker zelf

Inhoudsopgave

Snert, ook wel erwtensoep genoemd, is een van die gerechten die perfect passen bij koude dagen. Een stevige kom met dikke soep, spliterwten, groenten en rookworst geeft niet alleen warmte, maar is ook een echte Nederlandse klassieker. Traditionele snert staat erom bekend dat hij lekker dik en goed gevuld is. Vaak wordt de soep zelfs de volgende dag nog lekkerder, wanneer de smaken verder zijn ingetrokken. Maar hoe maak je zelf een goede pan snert en welke ingrediënten mogen eigenlijk niet ontbreken? Met dit recept zet je een royale pan op tafel die ideaal is voor een gezellige winterse maaltijd.

Hoe maak je snert?

Een goede pan snert heeft vooral tijd nodig. De voorbereiding zelf is niet ingewikkeld, maar de spliterwten en het vlees moeten rustig kunnen garen. Daardoor ontstaat uiteindelijk die dikke, volle structuur waar traditionele erwtensoep om bekendstaat.

Voor ongeveer 6 personen heb je de volgende ingrediënten nodig:

  • 500 gram spliterwten
  • 2 liter water
  • 1 flinke prei
  • 2 winterwortels
  • 2 aardappelen
  • 1 grote ui
  • ½ knolselderij
  • 250 gram varkensribben of schouderkarbonades
  • 1 rookworst
  • 2 laurierblaadjes
  • 2 takjes tijm
  • een flinke hand verse selderij
  • 1 theelepel zwarte peper
  • zout naar smaak

Begin met de spliterwten. Spoel ze goed af onder koud stromend water en controleer ze op eventuele ongerechtigheden. Spliterwten hoef je normaal gesproken niet vooraf te weken. Dat maakt het bereiden van snert een stuk eenvoudiger.

Doe de spliterwten samen met het water en het vlees in een grote soeppan. Breng het geheel langzaam aan de kook. Er kan tijdens het koken wat schuim bovenop ontstaan. Schep dit met een lepel weg wanneer dat nodig is.

Voeg de laurierblaadjes en tijm toe en laat de soep op laag vuur rustig koken. Roer regelmatig over de bodem, want door de zetmelen uit de spliterwten wordt de soep steeds dikker en kan hij gemakkelijker aan de pan blijven plakken.

Schil ondertussen de aardappelen en knolselderij. Snijd de groenten in kleine blokjes. Maak de prei schoon en snijd deze in halve ringen. Snipper de ui en snijd de wortel eveneens klein.

Na ongeveer een uur kun je de groenten aan de pan toevoegen. Laat de snert daarna nog rustig koken totdat de spliterwten volledig zacht zijn en het vlees gemakkelijk uit elkaar valt. Afhankelijk van de gebruikte spliterwten en het vlees kan dit in totaal ongeveer anderhalf tot twee uur duren.

Haal het vlees uit de pan zodra het gaar is. Verwijder botten en eventueel harde stukjes en trek het vlees met twee vorken in kleinere stukken. Doe het vlees terug in de soep.

Snijd de rookworst in plakjes en voeg deze in de laatste fase toe. De worst hoeft alleen maar goed door en door warm te worden. Laat hem daarom niet onnodig lang meekoken.

Verwijder de laurierblaadjes en takjes tijm. Hak de verse selderij fijn en roer deze door de soep. Proef de snert en voeg eventueel wat zwarte peper en zout toe.

De uiteindelijke structuur mag behoorlijk dik zijn. Vind je de soep te dik, voeg dan een beetje extra water toe. Is hij juist te dun, laat hem dan zonder deksel nog wat langer zachtjes koken. Houd er rekening mee dat snert tijdens het afkoelen en vooral de volgende dag nog dikker wordt.

Wat hoort er in traditionele snert?

Bij traditionele snert draait het om een combinatie van spliterwten, groenten en vlees. Spliterwten vormen de basis en zorgen voor de karakteristieke groene kleur en stevige structuur. Knolselderij, prei, wortel en ui zorgen voor extra smaak en maken de soep goed gevuld.

Rookworst is voor veel mensen onmisbaar bij erwtensoep. De rokerige, hartige smaak past uitstekend bij de zachte spliterwten. Je kunt de rookworst in plakjes door de pan doen, maar ook apart serveren zodat iedereen zelf een hoeveelheid kan toevoegen.

Ook varkensvlees wordt vaak gebruikt in traditionele recepten. Denk aan varkensribben, schouderkarbonades of ander vlees dat tijdens lang koken zacht wordt. Het vlees geeft bovendien extra smaak aan de bouillon.

Een belangrijk verschil tussen een gewone erwtensoep en echte snert zit vooral in de structuur. Snert hoort stevig en dik te zijn. Het is geen dunne soep waarin je vooral bouillon proeft. De spliterwten koken grotendeels kapot en vormen samen met de groenten een bijna romige basis, zonder dat je daarvoor room nodig hebt.

Dat maakt het gerecht ook ideaal om vooraf te bereiden. Sterker nog: veel liefhebbers vinden snert de volgende dag nog lekkerder. Wanneer de pan is afgekoeld, kunnen de smaken verder samenkomen en wordt de soep nog dikker.

Wil je de soep de volgende dag eten, laat hem dan na het koken snel afkoelen en bewaar hem afgedekt in de koelkast. Bij het opwarmen kun je een beetje water toevoegen. Verwarm de soep rustig en roer regelmatig, omdat de dikke structuur gemakkelijk aan de bodem kan blijven kleven.

Snert laat zich bovendien goed invriezen. Verdeel de afgekoelde soep bijvoorbeeld in porties en vries deze luchtdicht in. Laat een portie bij voorkeur rustig ontdooien in de koelkast en verwarm hem daarna goed door. Voeg eventueel wat water toe om de oorspronkelijke structuur terug te krijgen.

Wat eet je bij snert?

Een stevige kom snert is op zichzelf al een complete maaltijd, maar traditioneel wordt er vaak roggebrood bij geserveerd. Een plak roggebrood met boter vormt een lekkere tegenhanger van de warme, dikke soep.

Ook katenspek past goed bij de klassieke combinatie. Het zoute en rokerige karakter sluit mooi aan bij de smaken van de erwtensoep. Je kunt het spek apart serveren of op een plak roggebrood leggen.

Wil je de maaltijd iets eenvoudiger houden, dan is een stuk stevig volkorenbrood ook prima. Daarmee kun je bovendien de laatste restjes uit je kom halen.

Een goede snert is daarnaast ideaal wanneer je voor meerdere mensen kookt. Maak gerust een grote pan, want het gerecht laat zich gemakkelijk bewaren en opnieuw opwarmen. Daardoor hoef je op de dag zelf weinig meer te doen.

Je kunt de basis ook aanpassen aan je eigen voorkeur. Voor een vegetarische versie laat je het vlees en de rookworst weg en gebruik je groentebouillon. Voeg eventueel extra knolselderij, wortel en prei toe voor een goed gevulde soep. Een vegetarische rookworst kan de traditionele rooksmaak gedeeltelijk vervangen.

Ook met kruiden kun je variëren. Selderij hoort bij veel traditionele recepten, maar peterselie kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor een iets frissere smaak. Een klein beetje mosterd bij het serveren geeft eveneens een lekkere pittige tegenhanger.

Let er bij het bereiden vooral op dat de soep niet te hard kookt. Snert heeft meer aan rustig garen dan aan een hevig borrelende pan. Roer regelmatig en houd vooral tegen het einde goed in de gaten of de bodem niet begint aan te zetten.

Een extra voordeel van zelfgemaakte snert is dat je precies kunt bepalen hoe dik en gevuld de soep wordt. Houd je van een stevige maaltijd, laat de soep dan wat langer inkoken. Liever iets meer vloeistof? Voeg dan eenvoudig wat water of bouillon toe.

En misschien wel de belangrijkste tip: maak de pan niet te klein. Tijdens het koken kan de soep behoorlijk dik worden en bij een grote hoeveelheid is een ruime pan veel prettiger om in te werken. Zo kun je de groenten goed toevoegen en blijft het roeren gemakkelijk. Op zoek naar een heerlijke zeevruchtenschotel? In deze blog ontdek je hoe je zelf een smaakvolle schotel met zeevruchten maakt.

Populaire blogs

Mijn winkel tips

Bij online kookwinkel Kitchen&More vind je alles voor het bereiden en presenteren van je gerechten en het creëren van gezelligheid. Bestel je voor 20:00, dan kan je morgen al genieten. Meer dan 3000 tevreden klanten geven Kitchen&More gemiddeld een 9,2.

Nieuwe blogs

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *